Valkruid - Arnica montana L.

Familie : Asteraceae

Botanie

Het valkruid ie een overblijvende plant met een horizontale, kruipende, donkere wortelstok. De voetbladeren, zacht behaard en ellipsvormig, vormen een rozet van waaruit de vertakte stengel tot een hoogte van ca. 40 cm oprijst. Er komt meestal een bloem aan elke stengel. Het bloemhoofdje heeft buisbloemen en straalbloemen.

Valkruid is inheems in Noord en Midden Europa en komt vooral in het gebergte voor ( Alpen, Pyreneeën ) Het is een beschermde plant omdat ze steeds zeldzamer wordt.

Gebruikte deel

Het zijn vooral de bloemen die gebruikt worden, liefst geoogst in juni en juli. Het drogen moet zeer zorgvuldig en snel gebeuren.

Verhaal

De dichter en wetenschapper Goethe dronk op zijn sterfbed aftreksels van Arnica om zijn hartkwaal te bezweren. Verzwakt als hij was, wist hij toch nog lyrische woorden te wijden aan de plant die volgens hem niet hoog genoeg geschat kon worden en in zijn visie al halverwege de ladder naar de hemel was opgestegen. Het mocht niet baten, want Goethe stierf alsnog (in maart 1832).
Vooral in Duitsland en Oostenrijk genoot de plant een hoge faam voor verstuikingen, kneuzingen en verwondingen.
In Duitsland werd Arnica ook wel Sint Jansbloem genoemd en op St. Jansavond (23 juni) onder het dak gelegd, aan de muur gehangen en rond de akkers gestoken. Dat alles diende ertoe om huis, hof en oogst te beschermen tegen bliksem en hagel. Maar niet alleen tegen de woeste natuur kon de Arnica bescherming bieden, ook tegen de 'korenduivel', die met Sint Jan altijd op zijn bokkenwagen kwam aanrijden, de roggehalmen bruin liet worden en de aren leeg achterliet. Naar verluid bond hij dan meestal een sikkel aan zijn bokkenpoten en liep door de velden om de halmen stuk te snijden. De Arnica bracht stabiliteit, zorgde ervoor dat de oorspronkelijke vorm van de gewassen behouden bleef en dat het natuurlijke rijpingsproces ongehinderd zijn gang kon gaan.
In de eeuwen na Hildegard van Bingen krijgt Arnica betekenis als middel tegen koorts en verlammingen. In de kruidenboeken genoot zij daarom een groot aanzien. In de 19de eeuw werd de wolverlei of Arnica wel de 'kina der minvermogenden' genoemd, vanwege de koortswerende eigenschappen waarvan iedere arme man gebruik kon maken door gratis de plant te plukken en toe te passen.

Van oudsher worden de bladeren gerookt (bijvoorbeeld in Noorwegen, waar zij ook werd gesnoven) en deden ze dienst als tabakssurrogaat bij ontwenningskuren voor rokers. In dit verband is de Engelse naam 'Mountain Tobacco' voor de Arnica wel toepasselijk en inderdaad, de bladeren doen in de verte aan die van tabak denken.

Naamsverklaring

De herkomst van de naam is onduidelijk. Misschien is de naam afkomstig van het Griekse woord ptarmiké, wat niesverwekkend betekent. Of is de naam afgeleid van het Griekse woord arnikos (lamshuid), een verwijzing naar de bladstructuur. De naam montana wil natuurlijk zeggen dat het om een bergplant gaat.

Medicinaal

Arnica staat op lijst 1 van de planten, verboden voor inwendig gebruik. KB 27 /8/97
Mag dus niet inwendig worden gebruikt !.

 

Uitwendige toepassing :

Het allerbekendst is de Arnica door haar gunstige werking bij spierletsel, kneuzingen, bloeduitstortingen en stootwonden. Een alcoholische tinctuur of zalf van de bloemen en soms ook de hele plant wordt hierbij uitwendig gebruikt. De Arnica heet dan ook wel een 'panacee (universeel geneesmiddel) voor blutsen en bulten.' De Nederlandse naam 'valkruid' heeft hier ook mee te maken: het kruid werd gebruikt tegen kneuzingen als mensen waren gevallen.

Wel geen Arnica gebruiken bij open huidletsels of beschadigde huid, er zou een kans op allergische reactie bestaan en het heeft een irriterende werking.