Heksen en hun rituelen
De voordracht behandelt het begrip “heks” in vroegere tijden en in een meer actuele betekenis. Benadrukt wordt dat er heel wat misverstanden een hardnekkig bestaan leiden over wie of wat een heks precies is. Voor het Christendom in het westen de quasi enige religie werd, konden mensen heel wat makkelijker en vrijer magisch met kruiden werken. Alle religies maakten gebruik van de magische kracht van kruiden. Sommige religies zoals de Keltische Druïdenreligie stonden zelfs geheel in het teken van plantenmagie. Voorgangers in de religieuze praktijk, hoe ze ook genoemd werden, gebruikten steeds kruiden bij alle rituelen, hetzij wegens hun geestverruimend karakter, hetzij wegens hun symbolische betekenis. Het begrip ”heks” in zijn vrouwelijke en negatieve connotatie, is vooral een creatie van de misogyne Middeleeuwse katholieke Kerk. Etymologisch ligt godin Hekate, heerseres over de onderwereld, aan de basis van het woord “heks”.
Heksenkruiden zijn dan ook geneeskrachtige kruiden en/of kruiden met een rituele of religieuze betekenis. Er wordt aandacht besteed aan hallucinogene planten zoals bilzekruid, moederkoren en papaver. Wierook en andere geurige kruiden speelden hun geestverruimende rol en hadden een sterke symbolische functie. Om het welzijn en de gemoedsrust te bevorderen werd er beroep gedaan op olie van o. a. rozen en viooltjes. Een recept van een kruidenmengsel om bepaalde lichaamsfuncties te stimuleren, zoals de spijsvertering, maar ook het libido, bestaat reeds eeuwenlang en wordt ook nu nog toegepast.